zaterdag 8 februari 2014

De tempel van Dendur

De tempel van Dendur




De bouw van de relatief kleine tempel van Dendur in Neder-Nubië was waarschijnlijk gestart tijdens de laat Ptolomeische tijd. Deze verwarrende en rumoerige tijd wordt geïmpliceerd door de cartouches die alleen het algemene Per-Aa bevatten, verwijzend naar farao zonder een specifieke naam van een koning.


De tempel werd voltooid onder de Romeinse keizer Augustus. Ook de afbeeldingen werden afgewerkt.
Oorspronkelijk stond de tempel op de linkeroever van de Nijl, vlakbij de oude stad Tutzis, 20 kilometers ten zuiden van Kalabsha en 77 kilometer ten zuiden van Aswan.
De tempel is gewijd aan de godin Isis en de goden Harpocrates en Osiris, almede twee vergoddelijkte zonen van een lokaal Nubisch stamhoofd, Pedesi ("Hij die geschonken is door Isis") en Pihor ("Hij die behoort aan Horus").
De tempel bestaat uit een grote vrijstaande poort, een open binnenplaats en een rechthoekige tempel structuur. Vanaf de poort tot de achterkant is de tempel ongeveer 25 meter lang.
De bouw van de Aswandam in 1963 bedreigde een aantal van onschatbare Oudegyptische bouwwerken. De regering van de Verenigde Staten, samen met enkele andere regeringen, stuurde een team van archeologen om zoveel mogelijk te behoeden van het stijgende water met onder andere de Tempel van Dendur.
Egypte bedankte de Verenigde Staten voor haar bijdrage aan deze reddingsoperatie met de tempel van Dendur.
Talrijke Amerikaanse musea trachtten de tempel te verwerven. Uiteindelijk zou het Metropolitan Museum van New York het pleit winnen.

Men had meer dan 10 jaar nodig om de 642 blokken tellende tempel terug op te bouwen. De structuur is sinds september 1978 een van de belangrijkste attracties van het New-Yorkse museum.


zaterdag 16 november 2013

Antwerpse schilders in Egypte

Jacob Jacobs en Florent Mols


De meeste schilders bedachten een Oud Egypte in hun atelier op basis van een zorgvuldig verzamelde hoeveelheid voorwerpen, gravures en reisverhalen. Toch waren er ook die er niet voor terugdeinsden om de oversteek te maken, op zoek naar authentieke ervaringen. Drie Antwerpenaren hebben in 1838 en 1839 Egypte van Alexandrië tot Aswan doorkruist. De schilders Jacob Jacobs (1812-1879), langs moederskant verwant aan Beethoven, en Florent Mols (1811-1896) en de kunstkenner en mecenas baron Charles Stier d’Aertselaer (1770-1847). Beide schilders zullen hun reiservaring vastleggen in schetsboeken en hieruit putten voor latere oriëntalistische schilderijen, die vanaf 1840 op de driejaarlijkse tentoonstellingen van de Société royale d’Anvers pour l’Encouragement des Beaux-Arts te zien zullen zijn. De tableaus van Jacobs en, in mindere mate, van Mols waren lange tijd de enige mogelijkheid voor het Belgische publiek om zich een voorstelling te vormen van Egypte en zijn monumenten.

Jacob Jacobs, De ruïnes van het paleis van Karnak te Thebe, 1847, olie op paneel, 97 cm x 143 cm, lijst met egyptiserende decoraties en inscriptie Thebes/Karnak, geveild bij Christie’s op 17 juni 1994, daarvoor verzameling Thermenhotel Oostende
Mols zou in 1856-1857 samen met de schilder Frans Vinck (1827-1903) nogmaals een Egyptereis ondernemen



H. Coenen, ‘Het Oriëntalisme in de Belgische schilderkunst van de 19de en het begin van de 20ste  eeuw’ in: Oriëntalisten en Afrikanisten in de Belgische kunst, 19de en 20ste eeuw: 14 september-11 november 1984 (Brussel 1984) 32-33.
‘Smyrna letters and journals’, The Times 27 december 1838, 4; Eugène Warmenbol, ‘Le sphinx réfléchi’, 74; ‘Beethoven’s Flemish origin’, The Musical Times 1 juni 1927, 553.

donderdag 15 augustus 2013

Egyptianized Bookcase

Egyptianized Bookcase



This Egyptianized bookcase from Southeast Asia, decorated with hieroglyphics, was found amidst a pile of junk in Bangkok. How it came there and what its history had been could only be conjectured. With the help of the Egyptologist Professor Dr Eugène Warmenbol of the Université libre de Bruxelles, however, some of the questions have now been answered.
On the front left of the bookcase is an inscription that reveals the cabinet-maker’s name: Joseph, with Birouty or Beyrouthias a surname or place of origin. Who this individual was remains a question. In 1991 a piece of furniture came up for sale that had similar decorations by the same hand, but nothing more was known. In the only available photograph, which appeared in the Architectural Digest that year, the hieroglyphic script is illegible. Very probably ‘Joseph’ worked in Paris – the name of the city is also mentioned – but this is not absolutely certain. Below the name is a date, 1907, presumably the year in which the bookcase was made.
The bookcase’s maker found his inspiration for the design and the decorations in the two-volume richly illustrated Atlas de l’art égyptien by Émile Prisse d’Avennes, which was published in instalments between 1858 and 1877 and was hugely successful, likewise among artists and decorators. The general shape of the bookcase was almost certainly derived from the niche of the mammisi or ‘birth-house’ at Dendera (vol. Architecture, pl. 53). On the left side are the heads of Amenhotep III and his first consort Queen Tiye, which Prisse d’Avennes copied from a Theban tomb. On the right side are the profiles of King Taharqa, portrayed as the god Amun, as he is on the colonnade he erected at Karnak, and Tausert, a queen from the nineteenth dynasty.
The name and profession of the person for whom ‘Joseph’ made the bookcase are also revealed by the long inscription on the right: Parmentier and architect. Following these details is Siam, the old name for Thailand. Surprisingly, this is followed by Maha Chulalongkorn, a title borne by the king of Siam. Undoubtedly the architect in question was Henri Parmentier (Paris 1871 – Phnom Penh 1949), who worked in French Indochina from the early years of the 20th century until his death. He was a pensionary of the École française d’Extrême-Orient (EFEO), which commissioned him to study the country’s art, architecture and archaeology. The excavations at Angkor became his life’s work. Why Siam should be mentioned in the inscription seems something of a puzzle: Parmentier did not work in Thailand. In 1907, however, Rama V of Siam ceded territory, including Siem Reap Province, where the Angkor temple complex is located, to Cambodia – or, more accurately, to what was then French Indochina. Before that date Parmentier’s beloved Angkor had indeed been in Siam.
Whatever the case, Indochina was Parmentier’s second home. Among those with whom he had close contacts was Georges Maspéro, one of the two sons of Gaston Maspéro, who was one of France’s most renowned Egyptologists. But in 1907 – the year in which the bookcase was built – Parmentier returned to Paris for a few months. It was presumably then that he had it made and shipped to Southeast Asia. Pieces of furniture in the Egyptianized style are not unusual in themselves, but this is the only known example to have been to the Far East and back.

Black-painted fruitwood withgilt woodandmetalornaments
Signed and dated 1907 in the inscription on the front left
H. 280 cm, W. 175 cm, D. 67 cm

Provenance: Bangkok
Exhibition: Edouard and Cleopatra. Egyptomania’s from the XIXth century, 20 September 2012 – 10 February 2013, Brussels, Villa Empain, Boghossian Foundation
Sources: ART-A, p.88-90; Boghossian Foundation, p. 36; Marchal, H., p. 93-101; Prisse d’Avennes, É., vol.Architecture, pl. 53; Veldeman, M., p. 44-47; Warmenbol, E.

donderdag 11 juli 2013

De Obelisk van Arles

De Obelisk van Arles




De Obelisk van Arles op de Place de la République is een Romeinse obelisk uit de 4e eeuw, De obelisk is gemaakt van rood graniet, afkomstig uit de Romeinse provincie Asia Minor. De obelisk heeft geen inscripties. De hoogte, inclusief het voetstuk, is ongeveer 20 meter.
De obelisk werd opgericht onder de in Arles geboren Romeinse keizer Constantijn II, in het midden van de spina van het Romeinse circus. Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk raakte het circus in onbruik. De obelisk is waarschijnlijk  in de zesde eeuw bij het omvevallen in twee delen gebroken. De obelisk werd herontdekt in de 14de eeuw. De naald werd terug opgebouwd in 1676 op de huidige locatie voor het stadshuis op een pedestal van Jacques Peytret (1620-1679).


Aan de basis van de obelisk zijn een fontein en bronzen sculpturen toegevoegd. Ze zijn van de hand van Antoine Laurent Dantan (1798-1878).


Vanaf 1981 staat de obelisk, samen met andere Romeinse en romaanse bouwwerken (o.a. het amfitheater) op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Jean-Julien Estrangin, Etudes sur Arles.
Jean-Julien Estrangin, Description de la Ville d'Arles (1845).
Antoine Pagi, 'D‘issertation sur le Consulat des Empereurs romains’ in: Journal des Savants (1688).

Joseph Guys, Description des Arènes ou Amphithéâtre d'Arles.
Émile Fassin en Auguste Lieutaud, L'obélisque d'Arles (1909)

zaterdag 6 april 2013

Obelisk Kiev

Obelisk Kiev



Deze obelisk is in 1957 opgericht ter herdenking van het feit dat Kiev in 1965 uitgeroepen werd tot heldenstad voor de moedige verdediging door haar inwoners in de Slag om Kiev (1941). De stad werd onderscheiden met de Lenin orde, Gouden Ster en de Helden titel.


zondag 31 maart 2013

Tvoyage van Mher Joos van Ghistele

Tvoyage van Mher Joos van Ghistele




Vanaf de late middeleeuwen en de vroege renaissance kwamen alsmaar meer Europese reizigers, pelgrims en handelaren, naar Egypte. Ook de interesse voor de faraonische monumenten nam toe. In de reisverhalen die Europa bereikten werd Egypte afgeschilderd als een exotisch tot de verbeelding sprekend land. De reizigers vertelden over hetgeen ze hadden of dachten te hebben gezien.

De pelgrimstocht van de Gentenaar Joos van Ghistele (1446-1520), in dienst bij Karel de Stoute, begon op 15 november 1481, ging langs Jeruzalem, Alexandrië, Cairo – waar hij verbleef bij een Mechelaar, Francisco Tudesco - en Sakkara tot Kouseir in Midden-Egypte en eindigde na vier avontuurlijke jaren in het Zeeuws-Vlaamse Zuiddorpe. Op basis van Ghisteles aantekeningen en mondelinge mededelingen schreef Ambrosius Zeebout,  onder de titel Tvoyage van Mher Joos van Ghistele omstreeks 1490 een uitgebreid verslag van die gedenkwaardige reis. Dit relaas bestaat uit acht boeken, die samen 210 hoofdstukken tellen. Een origineel manuscript is in het bezit van de Egyptologische Stichting Koningin Elisabeth te Brussel. Méér dan aan de wederwaardigheden van Joos van Ghistele en zijn reisgenoten is daarin aandacht besteed aan de staatsinrichting, de godsdienst, de landbouw, de zeden en gewoonten en de oudheden van de bezochte plaatsen. Van deze en gelijkaardige reisverhalen is een grote stimulans uitgegaan om Egypte beter te leren kennen.

Isis and the Virgin Mary

Isis and the Virgin Mary

Pelizaeus Museum Hildesheim Inv. 1201


Fascination with Egypt has existed for millennia, Isis temples in Greece being known by the 4th century bce. Romans imported a multitude of genuine Egyptian objects and created their own “Egyptian” works: Hadrian’s villa at Tivoli, built about 125–134 ce, featured an Egyptian garden with Egyptianizing statues of Antinoüs, who had been deified by Hadrian after drowning in the Nile. Romans also built pyramid tombs and worshipped Egyptian deities. Isis, revered throughout the Roman Empire and often shown holding Horus on her lap, even became a prototype for Christian images of the Virgin and Child.

Isis with Horus Staatliche Museen zu Berlin